De 10 basisprincipes van hechting

De 10 basisprincipes van hechting

Zoals wij in de vorige nieuwsbrief al hebben aangegeven is de Emotionally Focused Therapy (EFT) momenteel erg in zwang. De therapeuten van Praktijk den Uijl zijn hiervoor opgeleid. Klaasje en Jantine volgen op dit moment de verdiepingsopleiding en hopen daarop aansluitend de registratie gaan volgen. Het is een methodiek die veelvuldig wordt gebruikt binnen relatietherapie. De EFT is gebaseerd op de principes van hechting. Edward John Mostyn Bowlby (Londen26 februari 1907 – Skye2 september 1990) was een Britse psychiater die bekend is geworden door zijn theorieën over hechting tussen opvoeders en kinderen. Hij benadrukte het belang van een goede interactie tussen hen om een goede hechting tot stand te laten komen. Bowlby geloofde dat met name een sensitieve houding van de moeder voor de signalen van het kind een veilige hechting tot stand liet komen. De wijze waarop de hechting tot stand komt, heeft volgens hem een voorspellende waarde voor de emotionele ontwikkeling van een kind op latere leeftijd. Het niet-veilig gehecht zijn kan leiden tot verschillende moeilijkheden, zoals leerproblemen, problemen met zelfwaardering en eigenwaarde en moeite hebben met het aangaan van relaties. (Bron: Wikipedia).

De onderzoeken van Bowlby waren nieuw en baanbrekend. De principes over hechting zijn volgens hem samen te vatten in een tiental basisprincipes.

1. Hechting is een aangeboren, motiverende kracht

Afhankelijkheid van anderen is een aangeboren iets. Daarom heeft het niets te maken met pathologie. Ieder mens heeft het nodig om te kunnen overleven.
Een kind heeft hechting aan moeder en vader nodig. Zonder deze verbinding zal het onherroepelijk sterven.
Voor volwassenen is deze hechting van belang met een stabiele hechtingspartner. Hechting is noodzakelijk om de golven van het leven beter te trotseren. Met z’n tweeën sta je sterker in de branding dan alleen.

 

2. Veilige afhankelijkheid is de keerzijde van autonomie
Veilige afhankelijkheid ofwel verbinding én autonomie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals er geen dag bestaat zonder nacht en vice versa. Vandaar dat doorgeslagen autonomie net zo goed leidt tot problemen als doorgeslagen afhankelijkheid. Het zijn twee polen die elkaar in stand houden.
De balans tussen beide is bij een baby nog niet evenwichtig. Het kind is volledig afhankelijk van zijn moeder, al moet het de moedermelk wel zélf doorslikken.
In een gezonde volwassen relatie is hier evenwicht in; de balans wordt over langere termijn gemeten, maar is dan als het goed is wel in balans.

 

3. Hechting biedt een onontbeerlijke, veilige haven

De haven is de plaats waar het schip en zijn bemanning veilig zijn. Tijdens de reis is de veilige haven het reisdoel. Als de reis voorspoedig verloopt is het verlangen naar de haven minder sterkt. Wanneer de storm echter opsteekt wordt alles in het werk gesteld om de haven zo snel mogelijk te bereiken. Als de vuurtoren in zicht is geeft dit de bemanning veiligheid en een gevoel van thuiskomen. Op volle zee is de vuurtoren niet in zicht. Gelukkig kan er via de radio contact gezocht worden met de veilige haven. SOS signalen kunnen worden opgepikt zodat eventueel benodigde hulp kan worden ingezet. Zo fungeert de stabiele en veilige hechting met een partner als veilige haven; zeker wanneer de storm van het leven opsteekt is het contact met deze haven de bron van kracht en rust.
Voor het kind is de haven meer het dok, waar het scheepje wordt ontwikkeld en klaargemaakt om de grote zee op te gaan. Proefvaarten zijn slechts kort, en de haven is altijd dichtbij. Naarmate het schip verder vordert worden de vaarten langer. Tot het tijd is uit te varen.

 

4. Hechting biedt een veilige basis

Vanuit de hierboven omschreven haven kan het schip de confrontatie met andere schepen aan, met name in oorlogstijd. Eventuele averij wordt vakkundig verholpen zodat de bemanning met een gerust hart en vertrouwen opnieuw de strijd in kan.

Het kind vlucht bij gevaar naar mama en laat zich beschermen. De volwassene zoekt contact met de partner, sterkt zich, en gaat zelf opnieuw de confrontatie aan.

 

5. Bindingen worden opgebouwd uit emotionele toegankelijkheid

Emotionele toegankelijkheid en responsiviteit zijn voorwaarden voor veilige hechting. Enkel fysieke aanwezigheid is niet voldoende. Wanneer een partner door bijvoorbeeld een ongeval in comateuze toestand geraakt, is er wel fysieke beschikbaarheid maar geen emotionele. Hierdoor ontstaat grote angst voor scheiding ofwel separatie. Zal mijn partner nog terugkeren in mijn relatie om mij opnieuw veilig mee te verbinden? Uit deze hechtingsnood worden emoties geboren als woede, wanhoop, verdriet en ten diepste angst. Partners in relatiecrisis lopen hier vaak in vast.

Het kind wordt vervelend, klierig, eigenwijs, aanhankelijk o.i.d. Het vraagt eigenlijk: ‘zie mij’. Het kind reageert vooral primair, en heeft geen weet van de secundaire emoties. Hiervoor is een begrijpende opvoeder nodig.

 

6. Angst en onzekerheid activeren de hechtingsbehoefte

Zoals hierboven beschreven kan een trauma, maar ook een andere wellicht minder heftige gebeurtenis (bijv. psychische klachten van de partner, niet begrepen worden, vreemd gaan, verslaving enz.) leiden tot het ervaren van een grotere behoefte aan hechting, als bewijs dat de partner ons niet in de steek en ons dus alleen laat.

Het kind dat voor het eerst naar school gaat klemt zich vast aan moeder, en huilt het eerste half uur, de halve dag of het halve jaar, uit angst dat moeder niet meer terug komt. Vaak heeft het hier echter al voldoende vertrouwen in opgebouwd, en worden de tranen snel gedroogd. Daarbij vindt het in de juf of meester (hopelijk) een andere stabiele hechtingsfiguur (soms met gevolg dat de juf altijd gelijk heeft).

 

7. Het proces van separatieangst is voorspelbaar

De onder punt 6 omschreven angst leidt tot symptoomgedrag wanneer een kwetsbare en tot verbinding leidende communicatie tussen partners ontbreekt. Door dit ontbreken is de hechtingsfiguur onbereikbaar geworden (zie ook 5). Dit leidt tot secundaire emoties (bijv woede) en de primaire emotie (vaak separatieangst).

 

8. Er is een beperkt aantal onveilige vormen van hechting geïdentificeerd

De reactie op het ontbreken van responsiviteit leidt kortweg tot twee mogelijke overlevingsstrategieën:

  • actieve pogingen om de hechting te bewerkstelligen wat we aanvallen noemen (achtervolgen, vastklampen, overheersen enz.)
  • Onderdrukken van hechtingsnoden en het hechtingssysteem deactiveren, genaamd terugtrekken. (‘Ik doe gewoon net of ik geen honger heb, dan gaat het vanzelf wel over’.

 

In de volwassen relatie wordt dit zichtbaar aan ruzies, controleren van de partner, of juist het volledig terugtrekken en de eigen gang gaan (autonomie uitvergroten).
Bij het kind zien we dit terug in allerlei vormen van aandacht-vragend gedrag (vaak gedefinieerd als ‘lastig’). Het kind dat zich stil op zijn kamer terugtrekt en nooit om aandacht vraagt lijkt zijn hechtingsbehoeften te onderdrukken. Het wordt dan weliswaar niet gezien als lastig, maar is net zo alleen (en er misschien nog wel erger aan toe, want negatief contact is in ieder geval nog contact).

 

9. Hechting omvat werkmodellen van het zelf en anderen

Vanuit onze ervaring ontwikkelen we hechtingsstrategieën die weer leiden tot zogenaamde werkmodellen. Onder een werkmodel verstaan we een idee over ‘het zelf’ en ‘de ander’. Veilige hechting leidt tot een gevoel van competentie en zelfvertrouwen, en de opvatting dat de ander ook te vertrouwen is (verwachtingen en vooroordelen).

 

10. Isolement en verlies zijn per definitie traumatiserend

Wanneer in de hechting isolement en verlies optreden, is dit per definitie traumatiserend, omdat hechting ten diepste gaat over leven en dood. Het ontbreken van veilige hechting aan het begin van het leven is voor een kind van levenslange betekenis; het heeft al aan het begin van het leven kennis gemaakt met de dood. Dit is van betekenis in latere relaties, en helpt ons om de het negatieve patroon beter te begrijpen.

Sue Johnson, de grondlegger van de EFT, vat deze theorie samen in de volgende conclusie:

 

Een stabiele hechtingspartner is TOB:
Toegankelijk
(bereikbaar/beschikbaar)
Ontvankelijk
(responsief)
Betrokken
(dichtbij en respectvol)

Reageren is niet mogelijk.

Partners